Interview: De toekomst vraagt om een andere manier van kijken naar zorg
Renske Leistra werkt ruim drie jaar bij Alzheimer Nederland als belangenbehartiger. Daar houdt zij zich bezig met landelijke lobby en dossiers zoals de Wet zorg en dwang (Wzd). Daarnaast is zij acht uur per week actief als casemanager dementie, een rol die zij inmiddels zes jaar vervult.
Praktijk en beleid komen samen
Het is de combinatie, praktijk en beleid, die haar werk waardevol maakt. “Ik zit aan tafel bij landelijke overleggen, maar kom ook bij mensen thuis. Wat ik daar zie, neem ik mee naar de beleidstafel.” Naast haar werk is Renske ook coördinator en gespreksleider van een Alzheimer Trefpunt in haar gemeente, waar maandelijks bijeenkomsten plaatsvinden voor mensen met dementie en hun naasten.
Wat achter de voordeur speelt
Als casemanager begeleidt Renske ongeveer zeventien mensen met dementie en naasten, tot aan opname of overlijden. “Je ziet van dichtbij waar mensen tegenaan lopen,” vertelt ze. “Die ervaringen neem ik mee in mijn werk voor Alzheimer Nederland, waar ik me bezighoud met onderwerpen zoals verpleeghuiszorg, palliatieve zorg en de positie van de casemanager dementie.” Volgens Renske is die wisselwerking essentieel. “Beleid moet aansluiten op de praktijk. Anders werkt het niet.”
Langer thuis wonen vraagt meer
Een belangrijke ontwikkeling is dat mensen met dementie steeds langer thuis blijven wonen. “Dat brengt nieuwe uitdagingen met zich mee,” zegt Renske. “Nog geen 40% van de mensen heeft een casemanager dementie. Dat betekent dat een grote groep niet in beeld is of niet de juiste ondersteuning krijgt.” Ook de druk op naasten neemt toe. “Mensen raken verder in het ziekteproces terwijl ze nog thuis wonen. Dat vraagt veel van naasten.” In de praktijk leidt dat soms tot ingewikkelde situaties. “We horen dat deuren op slot worden gedaan of dat er camera’s worden geplaatst, uit angst dat iemand wegloopt. Dat gebeurt uit liefde, angst of onmacht, maar valt niet onder de Wet zorg en dwang. Die is alleen van toepassing voor zorgprofessionals.”
De rol van de CVP als steun
In situaties waarin zorgprofessionals onvrijwillige zorg bieden en jijzelf of je naaste het hier niet mee eens is, kan de cliëntenvertrouwenspersoon onvrijwillige zorg (CVP) een belangrijke rol spelen. “De CVP kan helpen om de stem van de cliënt te laten horen,” legt Renske uit. Toch is die mogelijkheid nog niet overal bekend. “Veel mensen weten niet dat ze een CVP kunnen inschakelen, zeker niet in de thuissituatie. Terwijl juist daar de meeste mensen met dementie wonen.”
Bekendheid vergroten
Volgens Renske is het vergroten van de bekendheid van de CVP essentieel. “Als cliëntenorganisaties trekken we daarin samen op,” vertelt ze. “Via voorlichting die we geven tijdens Alzheimer Cafés en Trefpunten, op meer dan 350 locaties, en door samen informatie te delen.”
Tijdens deze bijeenkomsten wordt de Wet zorg en dwang regelmatig besproken. “Het zijn vaak emotionele gesprekken, maar je ziet ook dat er meer begrip ontstaat.” Daarnaast wordt de wet op dit moment herzien, wat mogelijk leidt tot een sterkere positie van de CVP.
Samen zoeken naar oplossingen
In de praktijk merkt Renske dat de rol van de CVP soms nog verkeerd wordt begrepen. “Zorgprofessionals kunnen de rol van de CVP zien als controlerend,” zegt ze. “Maar het is juist iemand die meedenkt en helpt om samen tot een oplossing te komen.” Dat vraagt ook iets van de manier van samenwerken. “Als je samen het stappenplan doorloopt en alle alternatieven onderzoekt, kun je met elkaar tot een goed afgewogen besluit komen.”
Blijven kijken naar wat wel kan
Volgens Renske vraagt de toekomst om een andere manier van kijken naar zorg. “We kunnen niet alles blijven oplossen met extra zorgprofessionals,” zegt ze. “We zullen ook als samenleving anders naar elkaar moeten kijken en elkaar meer ondersteunen.” Initiatieven zoals een dementievriendelijke samenleving dragen daaraan bij. “Het gaat om bewustwording. Hoe ga je om met iemand die het even niet meer weet in bijvoorbeeld een supermarkt? Dat begint bij zien en begrijpen.”
De stem van de cliënt centraal
Ook als een CVP pas later in het proces wordt betrokken, blijft die rol waardevol. “Misschien heeft de cliënt er zelf minder aan op dat moment, maar voor naasten kan het veel betekenen,” zegt Renske. “Je beschermt alsnog de rechtspositie van de cliënt.” Met zo’n 70% van de mensen met dementie die thuis woont, ligt daar volgens haar een duidelijke opgave. “Juist deze groep heeft recht op ondersteuning van een CVP,” benadrukt ze. “Maar die weg wordt nog niet altijd gevonden.”
Daarom is het zo belangrijk om praktijk en beleid met elkaar te verbinden. Het is essentieel dat de stem van de cliënt gehoord blijft, zeker als situaties complex worden.